In de jaren zestig van de vorige eeuw veranderde Amsterdam zichtbaar door de snelle groei van het autobezit. Na de wederopbouw nam de welvaart toe en steeds meer gezinnen konden zich een eigen auto veroorloven. Merken als Peugeot, Volkswagen en Opel werden vertrouwde verschijningen in het straatbeeld. De auto stond symbool voor vrijheid, moderniteit en vooruitgang, maar paste niet altijd vanzelfsprekend in de smalle straten van de oude stad.
Autogarages speelden een belangrijke rol in deze nieuwe mobiliteitscultuur. Ze waren niet alleen plekken voor onderhoud en reparatie, maar ook ontmoetingspunten waar techniek en vakmanschap samenkwamen. Garage Nefkens in Amsterdam is daar een goed voorbeeld van. Op de afbeelding zijn meerdere Peugeot 403’s te zien in de werkplaats, begin jaren zestig. Dit model, bekend om zijn degelijkheid en comfort, was populair bij zowel gezinnen als zakelijke rijders.
De aanwezigheid van zulke garages laat zien hoe de stad zich aanpaste aan het groeiende autoverkeer. Tegelijkertijd ontstonden in deze periode de eerste discussies over parkeerdruk, verkeersveiligheid en de leefbaarheid van de binnenstad, thema’s die tot op de dag van vandaag actueel zijn in Amsterdam.




