skip to Main Content

Pionieren met een Peugeot

Albert Trinca was een zeer kundig en gewaardeerd medicus en chirurg uit Melbourne. Trinca werd in 1884 geboren en maakte de hele opkomst van het automobilisme mee. In 1981 stierf hij op 97 jarige leeftijd. Naast zijn werk had hij nog twee passies, vissen en autorijden. Als een van de eerste automobilisten hield hij diverse dagboeken en verhalen bij over het leven achter het stuur. Zijn zoon bundelde deze verhalen en liet ze in boekvorm verschijnen. “Neighter Hypocrite nor Saint” is een passende titel voor dit boek. Een passage uit het boek:

“In 1913 kocht ik een auto. Het was een 7 pk tweecilinder Peugeot die ik kocht voor 350 pond van ene dokter Stanley, een KNO arts die later aan tyfus overleed. Ik had een advertentie in de krant zien staan en belde de man op. Nadat ik diverse instructies had gekregen over het rijden in een auto en andere bijzonderheden reed ik de auto zo goed als het ging naar huis. Het geluk is met de onnozele en reed enige tijd zonder rijbewijs rond. Waarschijnlijk wist ik in die tijd niet eens dat een rijbewijs verplicht was. Maar daar kwam gauw een einde aan. Na enige weken werd ik ontboden op het politiebureau omdat ik zonder rijbewijs reed. Ik wist mij er nog uit te redden door te zeggen dat ik het autorijden moest leren en dat ik uitsluitend reed met een instructeur naast mij. Meteen werd een examendatum gepland. Enige dagen later was het moment suprème aangebroken. Het examen was eenvoudig. Geen vragen over verkeersborden of – regels en we reden gewoon een paar rondjes door de stad. Al gauw werd het gesprek met de examinator prettiger en het examen eindigde met een dikke sigaar en een paar glazen whisky in een Engelse pub.”

 “De auto was een grote luxe. De dagelijkse reis naar mijn werk in het Alfred Ziekenhuis bestond voor ik de auto had uit een wandeling van anderhalve kilometer naar het station, met de trein naar de Princess Bridge en een tramrit naar St. Kilda Road. Destijds was de maximum snelheid voor auto’s 32 kilometer per uur en de politie was zeer actief met het opzetten van vallen voor hardrijders. Een val bestond uit twee onopvallende politieposten die precies op 100 meter afstand van elkaar vandaan stonden. Reed een auto langs de eerste post, dan stak de agent op de eerste post een rode vlag omhoog en nam de agent op de tweede post de tijd op. De snelheid werd berekend. Een bon voor te hard rijden werd al gauw doodgewoon. Sommige automobilisten stopten niet eens meer als ze aangehouden werden en de agenten noteerden meteen het kenteken om de bestuurder alsnog een hogere boete op te leggen.”

 “Vaak wens ik mijn oude Peugeot terug in de garage. Had ik hem maar bewaard! De auto was als een kind voor mij. Wassen, de koperen radiateur poetsen, olie en water bijvullen, de auto kwam niks tekort. Uiteindelijk verkocht ik de Peugeot aan een visser uit Westernport. We haalden de motor er uit en installeerde die in zijn vissersboot. Benzine was in die tijd nog goedkoop. Dat veranderde snel. Eerst betaalde je nog 160 pence per blik van 4 gallon maar al gauw werd dat een halve kroon. Maar banden waren pas echt kostbaar. Als je geluk had reed je er 2000 kilometer op en dan moesten er toch echt nieuwe gekocht worden. Ik had een band van Avon Banden waarmee ik 4000 kilometer had gereden. Nadat ik een nieuwe had gekocht werd de oude als een soort trofee in de etalage opgehangen!”

“Maar de politie bekeurde niet alleen voor snelheidsovertredingen. Het voeren van verlichting was in die tijd ook aanleiding om boetes uit te delen. In 1913 had je nog geen elektrische verlichting, althans mijn auto niet. Met kerosinelampjes werd de auto rondom verlicht. In zes maanden tijd werd ik twee keer genadeloos op de bon geslingerd. Door een hobbel of kuil in de weg had mijn achterlicht mij weer eens in de steek gelaten. De tweede keer dat ik staande werd gehouden leek het bijna op een automobilistenvervolging. Per direct werd ik naar de plaatselijke rechter gebracht. Daar kreeg ik het bijna even te kwaad. Ik vertelde de rechter dat dit geen aanklacht was maar regelrechte vervolging! U begrijpt dat ik mijn excuus moest aanbieden. Maar in die tijd was er bijna geen automobilist die nog nooit aangehouden was voor een zogenaamde overtreding.”

Maarten van der Velden

Na mijn opleiding aan de Frederik Muller Academie ben ik jaren werkzaam geweest voor verschillende uitgeverijen zoals Elsevier en NRC Handelsblad. Daarvoor heb ik zelfstandig en met heel veel plezier het kwartaaltijdschrift Peugeot Expo Magazine uitgegeven. In mijn vrije tijd rijd ik graag in een Peugeot 403, ik Twitter graag over auto's en ik houd van hardlopen. Ik vind het leuk om mensen met elkaar te verbinden.

Back To Top
×Close search
Zoeken